De vorming van Vick

De geboorte en vorming van een educatief striptekenaar

Creativiteit komt niet vanzelf.
Zevenentwintig december 1992: de allereerste seconden van een educatief illustrator op aard. Maar creativiteit komt niet vanzelf. Het is er altijd, maar kan worden getriggerd, uitgepakt en versterkt. En dat is wat er gebeurde. Ik groeide op in een niet zo doorsnee gezin in Groningen, in een rijtjeshuis dat volgens mij nog vaker in de verf en steigers stond dan de zoveelste shovel die onze wijk weer eens om kwam ploegen. (Als je me daar nu zou droppen zou ik serieus Google Maps aan moeten zetten.)

Ik deelde het huis met mijn Antilliaanse ouders en later kwam mijn broertje erbij. – Hij was mijn beste vriendje. Wat ons tot een niet zo doorsnee gezin maakte, was dat thuis de Antilliaanse cultuur gecombineerd werd met een Bijbelse opvoeding. Mijn ouders verwachtten bijvoorbeeld dat mijn broertje en ik op jonge leeftijd een volwassen houding aan namen. – Inderdaad, als kind zijnde al. Ook werd er veel gepraat over angst. Angst in de context van religie: angst voor de hel, angst voor muziek, zelfs angst voor ‘andere mensen’. Dat alles ging er natuurlijk niet in bij dit individu dat later illustrator zou worden. Een striptekenaar. Een educatieve striptekenaar nota bene, die taboes van tafel wilde vegen, normen en waarden aan de tand wilde voelen en moeilijke maatschappelijke onderwerpen met een paar lijnen visueel kon maken.

Een beetje rare combi van interesses.

Naast de Antilliaanse cultuur en een gelovig huishouden was er een derde factor dat ons gezin niet zo doorsnee maakte: mijn moeder. Mijn moeder was namelijk niet net zoals het gros van de Nederlandse gezinnen in de jaren ’90 een echte huismoeder, maar was een fulltime hardwerkende vrouw. Terwijl mijn vader juist de rol van huisman op zich nam.

Gelukkig beïnvloedde ons Bijbelse huishouden, de Antilliaanse cultuur, de rolverdeling van mijn vader en moeder en ons continu veranderende huis én wijk, niet mijn hang naar creativiteit. Sterker nog, het werd juist versterkt. Omdat het me nieuwsgierig maakte. Het maakte juist dat alles wat anders en niet vanzelfsprekend was, ik wilde ontdekken. Zodoende groeide ik op als een denker en doener die enorm zoekende was naar wat ik wilde worden. Ik had namelijk een breed spectrum aan fascinaties. Gelukkig kan ik ze enigszins categoriseren in twee delen: wetenschap en creativiteit. – Lekkere combinatie, niet?

Wetenschap.

De eerste fascinatie, wetenschap, was die van de denker in me. Deze zei: “Jij moet astronaut worden!” – Mooi in het kader van ontdekken en alles behalve met beide benen op de grond staan. En dus pakte ik op latere leeftijd een paar studiejaren Sterrenkunde mee, omdat ik dacht dat dat mijn roeping was.

Mijn tweede fascinatie was de doener in me, waarin ik mijn creatieve ei kwijt kon. Dat uitte zich in een kakofonie van activiteiten: muziek, tekenen, bouwen, knutselen en zelfs programmeren. Op een gegeven moment kon ik dat alles gelukkig kaderen en besefte ik dat ik naast astronaut óók nog een striptekenopleiding wilde volgen om professioneel striptekenaar te worden. – Inderdaad, een creative minded astronaut die een aardig potje in de ruimte kan tekenen. (Leuke woordspeling.) Enfin. Nu had ik als kind niet bepaald de middelen om mezelf de ruimte in schieten, maar toen ik de leeftijd van zes bereikte kon ik wél mijn eerste ‘strip bundel’ maken.

Hmja. Ik denk dat mijn kinderdromen een collage was van wat ik vond en wilde. Concreetheid had ik nog niet gevonden.

 

Over concreetheid: dat gaat dus een beetje moeilijk als je een creatieve Columbus bent. (Ik vind het al raar om de woorden ‘creatief’ en ‘Columbus’ naast elkaar te zetten.) Gedurende al die creatieve productieprocessen kwam er wel ruimte vrij voor een tweede dimensie: het vertellen. Een daadwerkelijk verhaal achter wat ik maakte. – Inderdaad; daar kwam ineens een fervent storyteller om de hoek kijken. Zo bedacht ik spannende avonturen voor mijn Lego-figuren, of schreef ik verhalen. Al met al zeker geen verkeerde eigenschap voor iemand die later de schoen van educatief striptekenaar zou passen.

Van Sterrenkunde naar Kunstacademie.

Nadat ik mijn VWO-diploma op zak had en een paar jaren Sterrenkunde had gepakt, besloot ik ook eens aan een creatieve opleiding te snuffelen. Dat werd de [naam opleiding] aan de Kunstacademie in Zwolle. Aldaar kreeg ik antwoorden en podia voor mijzelf als doener, maar warempel ook als denker! Vooral bij het vak Filosofie kon ik helemaal los gaan. Met mijn VWO-achtergrond en een continue dorst naar kennis blonk ik uit in theoretische vakken. Al snel bleek dat ik het niveau gemakkelijk aankon omdat ik bij projecten meer gaf dan er gevraagd werd. Maar, gelukkig was de Kunstacademie voor mij ook meer dan alleen antwoorden en een podium; het is ook een plek van ontwikkeling. Natuurlijk. Waarom arriveer je anders als ongepolijste diamant op de Kunstacademie? Om uitgedaagd te worden. Zodoende leerde ik verder te denken dan mijn eigen gevormde normen, waarden en ‘kapstokken’. Dat was fijn. En opende een nieuwe wereld aan mogelijkheden.